‘Kleine’ ondernemers maken Suriname groot

Nederlandse markt is de poort naar succes






Tekst: Zoë Deceuninck

Dennis Tauwnaar Pikin Sranan Organic Farm


Dennis Tauwnaar, oprichter en eigenaar Pikin Sranan Organic Farm

Foto: Zoë Deceuninck



Dennis Tauwnaar is bijna 70 jaar, maar werkt nog elke dag op het veld. Op zijn Pikin Sranan – ‘klein Suriname’ – teelt hij biologische vruchten en kruiden. Zijn dochter in Nederland boort de markt aan – doos na doos. Honderden kleine ondernemers in Suriname leven op deze manier van de ‘pakkettendienst’. De zelfgemaakte producten die ze naar Nederland sturen worden niet geregistreerd in de officiële exportcijfers. Maar ze zijn er wel.


Zelfs de huidige president van Suriname, Jennifer Geerlings-Simons, kocht – via haar zus – thee bij Dennis Tauwnaar op zijn Pikin Sranan Organic Farm, een kleine boerderij van één hectare in Lelydorp. Het is nagenoeg de enige plek in Suriname waar je onbespoten, biologisch geteelde vruchten en kruiden kan vinden. Tauwnaar is 68 jaar, maar kan gerust voor tien jaar jonger doorgaan. “Als je niet zou komen vandaag, zou ik gaan maaien”, lacht hij.

De president is niet de enige bijzondere klant van Pikin Sranan Organic Farm – kortweg Pikin Sranan. Ook (inter)nationale kickboksers, modellen en restaurantuitbaters staan op de lijst. En het klantenbestand blijft groeien. Zo snel, dat Tauwnaar het nauwelijks nog kan bijbenen.



Oase

Pikin Sranan is een oase van rust, op ruim twintig kilometer van Paramaribo. De boerderij, die ook geiten, kippen en eenden telt, ligt niet ver van de hoofdweg die de hoofdstad met de luchthaven verbindt. Vanaf daar vinden de producten van Tauwnaar hun weg over de Atlantische Oceaan, naar Nederland. “Vanaf ik begonnen ben, inmiddels zo’n dertig jaar geleden, stuur ik mijn producten weg. Altijd informeel, een doos hier, een doos daar. Zo zijn we gegroeid”, vertelt Tauwnaar.

Dankzij mond-op-mond reclame werden de bestellingen steeds meer. “Om den duur zat ik maar dozen te posten naar mensen. Een doos voor die, een doos voor die… Ik had nood aan een distributiepunt in Nederland.” De samenwerking met twee verschillende bedrijven waarmee Tauwnaar in zee ging, mislukte. “Mijn label werd misbruikt en op producten geplakt die helemaal niet van mij waren. Na de tweede mislukte poging heb ik mijn dochter in Nederland gevraagd om me te helpen.” Die zette een webshop op, Aiyana, en is verantwoordelijk voor de distributie van de producten in Nederland.


“Het is zeker wenselijk dat er meer specialisten komen op vrijwel elk gebied,” zegt Vreden. “Je kunt investeren in het verdrievoudigen van het aantal specialisten in Suriname, maar dan moet je hopen dat de specialisten die geen werk vinden in Paramaribo op eigen initiatief in de andere districten gaan werken. Het kan ook zijn dat ze naar het Caribisch gebied verdwijnen, daar zijn we niet mee geholpen”, vindt Vreden, die in het opleiden van eigen specialisten geen prioriteit ziet.


Naar Nederland

Een Surinaamse basisarts die zich wil specialiseren, moet verplicht voor zijn of haar  vervolgopleiding naar het buitenland. Vanwege de taal, geschiedenis, vergelijkbare opleidingsprogramma's en kwaliteit van de gezondheidszorg kiezen de meeste voor Nederland. Afhankelijk van de soort specialisatie moet een arts in opleiding voor één tot maximum vier jaar naar het buitenland.

In 2012 trok Punwasi naar Nederland om zich te specialiseren in nefrologie, een opleiding van zes jaar waarvan de laatste twee jaar in Nederland. De eerste vier jaar van deze opleiding kon Punwasi in Suriname volgen, maar voor het behalen van enkele specifieke opleidingsnormen moest hij naar het buitenland. Dat geldt voor alle specialisatieopleidingen. In het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam kreeg Punwasi niet betaald voor zijn werk, in tegenstelling tot zijn Nederlandse collega's in opleiding. Voor wie vier jaar naar Nederland gaat, kunnen de verblijfskosten oplopen tot zo'n 100.000 euro. De hoge kosten kunnen jonge artsen ontmoedigen om aan een specialisme te beginnen, erkent Vreden. “De betaling voor Surinaamse artsen in opleiding in Nederland is nog niet centraal geregeld. Sommige ziekenhuizen nemen het voor hun rekening, andere niet. We zijn daarover aan het praten om dat eventueel centraal te structureren”, aldus Vreden. Zie Surilines artikel Riezvi Jessurun volgt opleiding in Nederland.

De uitwisseling met Nederland is historisch gegroeid en constant in ontwikkeling, vervolgt hij. Voordat Suriname in 1969 een Faculteit der Medische Wetenschappen kreeg, was er alleen een geneeskundige school. “Om arts te worden moest je sowieso voor de volledige studie naar Nederland.”


We zijn er absoluut nog niet aan toe om

de opleidingen volledig in Suriname te verzorgen


Naarmate meer artsen na hun opleiding terugkwamen ontwikkelde de geneeskunde in Suriname zich tot een hoger niveau. “Sommige artsen specialiseerden zich ook in Nederland, en zo kregen we specialisten in het land en werd het mogelijk om een deel van de opleiding hier te doen. We werken eraan om in de volledige opleiding te voorzien, maar dat gaat toch nog wel even duren”, zegt Vreden. Bovendien heeft de opleiding in Nederland ook zo haar voordelen.

Niet alle medische ingrepen, technieken en methoden om een ziekte of probleem te kunnen vaststellen kunnen worden toegepast in Suriname. “Met een opleiding in het buitenland leren onze artsen niet alleen dat die mogelijkheden wel bestaan, maar ze leren de technieken ook beheersen. Onze specialisten voldoen daardoor aan internationale eisen. Eenmaal terug in Suriname zullen ze er wellicht naar streven om die techniek ook hier mogelijk te maken”, hoopt Vreden. Een eigen specialisten opleiding in Suriname betekent nu nog inleveren op de kwaliteit van Surinaamse artsen.


Dennis Tauwnaar


Dennis Tauwnaar op zijn erf

Foto: Zoë Deceuninck



“We exporteren nog steeds via de pakkettendienst. On demand, maar per week gaat er wel een doos de oceaan over.” De kruiden en theeën van Tauwnaar worden inmiddels gebruikt in Nederlandse bejaardentehuizen, sportscholen en restaurants. “We hebben nog niet de miljoenen omzet bereikt. Dat is wel de bedoeling.”


Suriname krioelt van de kleine ondernemers zoals Tauwnaar. Via de pakkettendienst versturen ze dozen aan zelfgemaakte producten, van oliën tot houtsnijwerken, sappen, noten en (traditionele) kledij en gebruiksvoorwerpen. Voor sommige is het hun broodwinning, voor anderen een bijbaan, maar vaak genoeg werken ze met familie in Nederland om hun product aan de man te brengen. Deze vorm van export is een belangrijke inkomstenbron voor Surinamers, maar de impact is niet terug te zien in de officiële statistieken.


22 versus 230 miljoen euro

De totale waarde van de import van Suriname naar Nederland bedroeg 22 miljoen euro in 2023, met name vis, groenten en fruit. “Dat maakt van Suriname een relatief kleine handelspartner voor Nederland”, zei Caspar Veldkamp, voormalig minister van Buitenlandse Zaken in februari 2025 tijdens een briefing voor de Tweede Kamer. Omgekeerd exporteerde Nederland in 2023 ter waarde van 230 miljoen euro naar Suriname, waaronder zuivelproducten, machines- en transportapparatuur. “Ondernemen in Suriname blijft voor Nederlandse bedrijven uitdagend vanwege de relatief kleine markt en een ingewikkeld vestigingsklimaat”, aldus de minister.

Maar de interesse om te investeren in Suriname groeit. Dat ziet Silvino Seymor, oprichter en directeur van Internationaal Ambitieus, een bedrijf dat bedrijven begeleidt in het Nederlandssprekend taalgebied.



Seymor organiseert al sinds 2017 handelsmissies naar Suriname. Vooral accountants, advocaten en juristen zien hier een gat in de markt. “Sinds het bekendmaken van de olievondsten voor de kust van Suriname (in 2020, red.) zie je nu een totaal ander profiel. Voorheen was het echt de diaspora die met ons meeging, ook met name vanuit Aruba en Curaçao. Zij hadden familie in Suriname en zagen dat als reden om in Suriname iets te doen”, vertelt Seymor. Maar zaken doen met familie kwam hun vaak duur te staan.

“Het kan een groot voordeel zijn als je familieleden hebt op bepaalde posten, die kunnen helpen met een vergunningsaanvraag of het aanvragen van een bedrijfsrekening, maar om een business van de grond te krijgen heb je meer nodig dan alleen maar de opstartfase.”


Silvino Seymor


Foto: Silvino Seymor


Succesvol zakendoen gaat immers gepaard met harde beslissingen en eerlijkheid. “De familiebanden in Suriname zijn zo hecht dat je niet durft uit te spreken wat je daadwerkelijk denkt”, verklaart Seymor de gevoeligheden. Maar misschien nog schadelijker is het idee dat Surinaamse Nederlanders en Surinamers hetzelfde zijn.

“Voor de diaspora is zakendoen in Suriname net iets uitdagender, omdat je het gevoel hebt dat je het land kent, maar als je het uiteindelijk gaat doen kom je erachter dat je het toch niet zo goed kent als je dacht.” Dat heeft Seymor, zelf van Surinaamse afkomst maar opgegroeid in Almere, ook aan den lijve ondervonden. “We spreken dezelfde taal, en in het spreken van dezelfde taal denken we vaak ook dat we dezelfde gebruiken hebben, dezelfde culturele omgangsvormen. Maar waar je hier in Nederland zakelijk en punctueel moet werken, is het in Suriname net wat vrijer, meer person to person. Daar vragen ze hoe het met me gaat, in plaats van hoe het met de business gaat.”

“Ik kan me vrij snel aanpassen wanneer ik in Suriname ben, maar als ik merk dat zaken niet snel genoeg gaan, verval ik weer in het Nederlandse patroon”, vervolgt Seymor. “Dan ga ik snel en direct werken en mensen overslaan. Dat wordt in Suriname niet goed ontvangen.” Seymor merkt op dat ondernemers die minder affiniteit hebben met Suriname, het iets professioneler aanpakken. “Ze weten dat ze de cultuur niet goed kennen, dus ze staan ook open om de cultuur te leren kennen.”


'Arme Suri'

Ook Tauwnaar heeft ervaring met de Nederlandse werkcultuur. Op zijn 17de vertrok hij naar Nederland. “Mijn jeugd is Amsterdam, als je me loslaat ben je me kwijt”, lacht hij. Maar erg vrolijk waren die jaren niet. Hij verliet Suriname omdat hij geen toekomst zag in het land, maar eenmaal in Nederland kwam ‘de keiharde realiteit van het Amsterdamse dagleven’ gelijk op hem af. Hij at niet goed, had weinig energie, belandde in het straatmilieu en maakte de school niet af. Via uitzendbureaus deed hij jobjes op de haven, in het veld, de houtindustrie en werkte als vuilnisman. “Ik leefde net boven een uitkeringstand en liep rond in het foute milieu. Op een gegeven moment dacht ik bij mezelf: ‘Wat doe ik hier?’” Tauwnaar, destijds getrouwd, besloot midden jaren ‘80 met zijn vrouw terug te gaan naar Suriname. “Mijn schoonvader had een eendenbedrijf en daar kwamen we in terecht.”

Tauwnaar ontdekte dat het huis van zijn overleden opa in Lelydorp beschikbaar was. “Niemand deed hier wat. Alles hier was één groot bos. Het huis zelf was een krotje, klein en vervallen. Ik heb de familie toestemming gevraagd en uiteindelijk heb ik het mezelf toegeëigend.”


Dennis Tauwnaar morengebladeren


Dennis Tauwnaar, Morengabladeren liggen te drogen om  thee, olie en poeder van te maken

Foto: Zoë Deceuninck


Vanuit Nederland begon Tauwnaar met de eerste investeringen in wat later ‘zijn’ Pikin Sranan zou worden. “In Nederland noemden ze mij ‘een arme Suri’”, blikt hij terug. “Ik heb vaker droge garnalen met bitawiri gegeten omdat er geen geld was. Maar ik had eten. Ik stond niet op een hoek te bedelen.” Tauwnaar kreeg 500 kuikens van zijn schoonvader en startte zijn eigen eendenbedrijf. “Ik kroop over de Centrale Markt om visafval te verzamelen voor mijn beesten. Dat kookte ik en mixte het met voer. Daar groeien ze gigantisch van. Op een gegeven moment had ik 10.000 kuikens per maand. Ik werd de grootste eendenboer van Suriname. Dat vond mijn schoonvader dan weer niet zo leuk”, lacht Tauwnaar.

Zijn boerderij groeide en Tauwnaar was gelukkig. “Ik vond het geweldig.” Maar zijn vrouw, met wie hij inmiddels gescheiden is, dacht er heel anders over. “Mijn ex-vrouw heeft het niet volgehouden. Zij is definitief terug naar Nederland vertrokken. Onze twee kinderen gingen met haar mee.” Tauwnaar probeerde het ook nog even in Nederland – “Weer naar Amsterdam, weer in mijn oude ritme, weer de straat op, weer geld verdienen” – maar kwam daar al snel op terug. “Het voelde niet goed.” Begin jaren negentig vertrok Tauwnaar voorgoed terug naar Suriname. Hier kon hij doen wat hij het liefste doet: pionieren. “Ik hou van nieuwe ontwikkelingen, en dat kan ik alleen in Suriname. Hier ben ik niet aan vaste regels gebonden als ik iets wil doen met de natuur.”

Het was het officiële begin van Pikin Sranan. Op het terrein waar zijn grootvader watermeloen, pinda’s, groenten en bananen plantte, groeien nu tientallen kruiden en vruchten. Van boszuurzak, kokos, bamboe, morenga, marva, suikerriet, citroengras en zuurzak tot papaya, kaneel, kurkuma, guave en aloe vera. “Daar maken we thee, olie, azijn, siroop, sambal, poeder en kruiden van. Puur natuur”, glundert de 70-jarige kruidenboer.



Pikin Sranan Organic Farm


Producten van Pikin Sranan Organic Farm

Foto: Zoë Deceuninck


Grote vraag

De vruchten en kruiden staan bekend om hun medicinale werking. Sommige werken als natuurlijke bloedverdunner, anderen zijn antioxidanten die kanker, obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten (helpen) bestrijden of – zoals bamboe – lichaamsfuncties versterken. “In bamboe zit silicium (een relatief onbekend mineraal, red.) dat de botten versterkt. Ze noemen het ook weleens het verjongingskruid”, vertelt Tauwnaar. “Je hebt mensen die erbij zweren.”

De lijst van producten bij Pikin Sranan groeit mee met de vraag. Inmiddels heeft Tauwnaar – letterlijk – zijn grens bereikt. “Alles is continu aan het uitbreiden omdat de vraag steeds groter wordt. We merken dat de groei bijna niet meer te stoppen is. Ik moet uitbreiden, maar ik heb geen plaats meer om te planten”, zucht hij. Zijn huis heeft hij al een stukje kleiner gemaakt. Op de plaats waar vroeger de voorzaal was, groeien nu morengabomen, kurkuma en citroengras. “Nu kan er echt niets meer bij.”

Tauwnaar vreest dat als hij niet langer aan de vraag kan voldoen, zijn levenswerk als een kaartenhuis in elkaar stort. “Ik moet de druk aankunnen, anders gaat de bom ontploffen.” Daarvoor heeft hij meer land nodig – en snel. “Ik heb contact gehad met Simons haar team voor ze president werd. Mij is beloofd dat ik een keer wordt uitgenodigd, maar niet op korte termijn. Ik hoop dat het zal gebeuren.”

Tauwnaar zijn bijdrage aan de lokale economie is niet zichtbaar in de cijfers, maar wel in de portemonnee. De bijdrage van de Nederlandse markt, en met name de diaspora, is daarbij niet te onderschatten. Met de juiste ondersteuning kunnen ze van Suriname het productieland maken waar zoveel over wordt gedroomd.



Eveline Monsanto doet onderzoek


Tauwnaar gebruikt elke vierkante meter van zijn erf voor zijn planten. "Nu kan er echt niks meer bij".  

Foto: Zoë Deceuninck